Het wordt hoog tijd dat culturele aspecten meer aandacht krijgen in het management van projecten. Als de expliciete kennisuitwisseling bij projectmanagement nog een jong vak is, dan kunnen we dat zeker ook stellen bij het inzicht in organisatieculturen en cultuurverschillen tussen landen. Het combineren van die twee nieuwe gebieden houdt dan ontegenzeggelijk in, dat we daarin nog een lange ontwikkelingsweg hebben te gaan.
Internationale aspecten in projecten spelen een grote rol. Houvast daarvoor hebben we dankzij het breed geaccepteerde gedachtengoed van Hofstede, Trompenaars en anderen. Toch is inzicht in de cultuur van organisaties niet te beperken tot de aspecten van internationale projecten. Bij haast alle projecten spelen drie thema’s die in de praktijk verbetering vragen:
- De voor de aanpak in en rond het project en in elke projectfase vereiste cultuur moet vaak juist niet dezelfde zijn als de gegeven cultuur van de (opdrachtgevende) organisatie.
- De samenwerking in het teamverband van het kernteam vraagt om erkenning van de verschillende culturen die de teamleden inbrengen, en vervolgens om een gerichte actie om er toch een echt succesvol team van te maken.
- De invoering van het projectresultaat vereist zorgvuldig veranderingsmanagement waarbij ook het bouwteam in het project daar niet simpelweg van kan weglopen en op z’n minst de regie voor de implementatie moet borgen.
Deze drie thema’s moeten additionele bouwstenen worden in het opleiden, coachen en certificeren van projectmanagers. Het internationale aspect is daarin essentieel, maar absoluut niet het enige. Denk maar aan de cultuurverschillen tussen afdelingen (verkoop versus productie) en tussen beroepen, die ook bij de afwezigheid van enig internationaal aspect doorslaggevend kunnen zijn voor succes of falen van het project.
Naast de genoemde referentie aan Hofstede en Trompenaars hebben we de beschikking over modellen van bijvoorbeeld, Morgan en Schein voor inzicht in organisatorische cultuurverschillen. Voor het teamfunctioneren is er de geaccepteerde basis van Harrison en Handy en komen er bijdragen uit de hoek van het onderzoek naar virtuele teams. Voor het steeds vaker noodzakelijke management van veranderingen vinden we steun bij talrijke bijdragen, zoals die van Quinn en Cameron, Cozijnsen en Mastenbroek. In de genoemde managementliteratuur en managementopleidingen wordt al vele jaren heel veel aandacht besteed aan genoemde aspecten. Ook wordt er op de wereldcongressen van PMI volop research gepresenteerd op het gebied van internationaal/virtueel/cultuurverscheiden projectmanagement. Laten we die kennis en ervaring vooral ook meenemen in het specifieke vakgebied van projectmanagement, en niet het wiel opnieuw uitvinden!











